Het verhaal van de keldermuur zelf.

 

Waarschijnlijk ben ik de duurste keldermuur ooit. Was het dan zo duur om mij te bouwen? Nee, het geld ging vooral naar advocaten, juridische procedures en rapporten.

Als de gemeente Utrecht in 2018 de enig juiste beslissing had genomen was het probleem in een aantal maanden opgelost geweest. Dan had de eigenaar die de ondersteuning illegaal gesloopt had deze op zijn kosten voor minder dan € 100.000 weer terug moeten bouwen en had het de gemeente geen cent gekost. En had de onschuldige buurman niet acht jaar vruchteloos hoeven te procederen.

 

Over mijn geschiedenis

 

Ongeveer in het jaar 1400, het is zo lang geleden dat ik dat niet meer precies weet, ben ik opgebouwd, ongeveer 40 cm breed, uit kloostermoppen met laagjes kalk ertussen. Cement, dat beter hecht, werd pas in de 19de-eeuw uitgevonden. Krachten van boven kan ik eindeloos hebben, maar als er opzij tegen mij aangeduwd wordt heb ik daar behoorlijk last van en bezwijk ik al gauw. En nu wil het geval dat de kelder aan de ene kant een hoog plafond heeft, terwijl aan de andere kant de kelder een gewelf heeft. En iedereen weet dat een gewelf opzij drukt met een kracht die door ingenieurs spatkracht genoemd.

Mijn situatie was toen zo:


Die spatkrachten zijn voor een heleboel mensen een beetje onbegrijpelijk, maar om het duidelijk te maken kun je een yoghurtbeker doormidden snijden en erop drukken, dan drukken de beide onderkanten opzij met een zogenaamde spatkracht. Maar als je er in het midden een stokje onder zet, dan vermindert dat de spatkrachten.

 

1883-1885

Ik heb 500 jaar rustig in de kelder gestaan totdat in 1883 een nieuw en veel groter huis boven de linker kelder werd gebouwd. Dat was een stuk zwaarder, maar dat kan ik hebben. Twee jaar later wilde de rechterbuurman ook een veel groter huis dat op het gewelf zou drukken. Dat durfde men niet zonder meer omdat ik al oud en een beetje krakemikkig was. Daarom heeft men mij versterkt door de helft van mij te verwijderen en te vervangen door een moderne bakstenen muur met Portlandcement gemetseld. Ik bestond toen uit 2 benen, één uit 1400 en één uit 1885.

Ik was zeker sterk genoeg om het gewelf te kunnen dragen, maar dat gewelf zou mij wel omduwen. Om de spatkracht te verminderen heeft men toen onder het gewelf een dwarsmuur gebouwd, want op dat geweld stond de hele achtergevel van het rechterhuis. En omdat dit nog niet genoeg was heeft men ook midden onder het gewelf nog een muurtje gebouwd, ook wel kolom genoemd. Het was allemaal net voldoende om mij 110 jaar overeind te houden, maar het hield niet over.

1995

In dat jaar wordt het huis rechts van mij gekocht door een mijnheer B.

Hij heeft mooie plannen met het huis en gaat verbouwen. Hij vraagt keurig vergunningen aan voor alle werken boven de kelder en die worden allengs uitgevoerd.


1999

In dat jaar wil mijnheer B. zijn kelder bewoonbaar maken. Maar daar staan een dwarsmuur en een muurtje/kolom in de weg. Deze laat hij illegaal slopen. Met een voor mij dramatisch gevolg.

De spatkracht neemt enorm toe en mijn rechter bakstenen been wordt dus 5 cm naar links geduwd en het zakt ook nog eens 5 cm door het toegenomen gewicht, want het dragende middenmuurtje en de dwarsmuur zijn immers weg. Mijn linker kloostermoppenbeen staat al 500 jaar op een inmiddels goed verdichte grond en dat kan niet naar beneden. Dat gaat dus krom staan, en dan ziet het er zo uit:

Ik heb het wel overleefd, zij het in kromme en gescheurde staat, maar ik houd het nog net vol. De achtergevel van het linkerhuis echter is desastreus gescheurd en niet meer veilig.

De eigenaar van het linkerhuis mijnheer P. neemt bouwkundige W. in de arm. Deze zegt toe dat hij de werken in de kelder van het rechterhuis zal bekijken en nagaan of daar wel een vergunning voor is OFFERTE. Al 5 dagen later heeft W. zijn rapport klaar waarin hij vreemd genoeg geen woord wijdt aan de werken in de kelder rechts. Hij schrijft dat een overstroming van de beerput van het rechterhuis de oorzaak is van de verbrijzelde achtergevel. Op basis van dit rapport besluit de rechter dat mijnheer B. niets hoeft te betalen aan de schade van de achtergevel. Mijnheer P. blijft met de schade zitten en heeft niet de middelen om de muur te laten vervangen.

Mijn gezondheid is al die tijd wankel en beide huizen blijven er 18 jaar uiterst labiel bij staan, terwijl mijnheer B. dat zou kunnen bevroeden en er met vrouw en kinderen woont. Bouwkundige W. ziet in 1999 wel de scheuren en de uitbolling van mijn linkerbeen, maar schrijft pas in 2020 dat de bolling en de scheuren er nog net zo uitzien als in 1999. Rapport van W.