Brief van VTH-BO van 30 april 2010
In 1935 is een bouwvergunning verleend voor een verbouwplan van het pand. Voor zover wij kunnen
nagaan is dit, in ieder geval tot 1995, de laatste vergunning waarbij tekeningen van de kelder
ingediend zijn. In de betreffende vergunning is geen dwarsmuur met direct daarachter een steunpilaar
ingetekend. Derhalve moet verondersteld worden dat de muur en de steunpilaar nadien aangebracht
zijn. Tegelijkertijd betekent dit dat het aanpassen en/of verwijderen van de dwarsmuur en de
steunpilaar niet vergunningplichtig is. Voor een ingreep in de draagconstructie van het pand zou
immers een bouwvergunning benodigd zijn geweest.
Met betrekking tot het vermeend uithakken van een gedeelte van de keldermuur wordt het volgende
opgemerkt.
Ook voor deze situatie geldt dat in 1935 de laatste vergunning is verleend waarbij tekeningen van de
kelder ingediend en bekend zijn. In de betreffende vergunning is er geen voorzetwand voor de
mandelige keldermuur ingetekend. Derhalve moet verondersteld worden dat de voorzetwand nadien
aangebracht is. Tegelijkertijd betekent dit dat de betreffende voorzetwand geen dragende muur is. Het
aanpassen van de voorzetwand is niet vergunningplichtig. Ook is niet aangetoond dat de eigenaren van
Oudegracht 230 een gedeelte van de mandelige keldermuur hebben uitgehakt.
Conclusie
Wij komen tot de conclusie dat de werkzaamheden waar u in uw schrijven aan refereert, geen
constructieve werkzaamheden betreffen. Derhalve is ook geen sprake van een overtreding. Er zal geen
nadere actie worden ondernomen.
Werd getekend door het Hoofd Toezicht en Handhaving Bebouwde Omgeving